Vonnis 'de satijnen jurk'

Na de rechtsvraag van Henk van Wel van Hoeberechts Advocaten afgelopen maandag weten we inmiddels hoe enkelen van U zouden berechten.

Het ging over deze zaak: De satijnen jurk
De directeur van een klein ingenieursbureau verzoekt aan de kantonrechter ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een 24-jarige secretaresse wegens disfunctioneren. Die verweert zich door te stellen dat haar functioneren geen enkel onderwerp van kritiek is geweest, zolang zij maar voldeed aan de wens van de directeur om in nauwsluitende satijnen kleding en op hoge hakken op het werk te verschijnen. Als ze satijn droeg, noemde de directeur haar zijn glimkont en riep haar dan vaak naar kantoor. Als ze geen satijnen kleding droeg werd ze echter genegeerd. Ze heeft dat een tijd volgehouden – het was haar eerste baan en ze voelde zich afhankelijk – maar kon daar niet meer tegen. Als de dienstbetrekking al ontbonden zou moeten worden, dan dient in ieder geval een flinke ontbindingsvergoeding betaald te worden van € 40.000,–

De directeur stelt dat hij ten onrechte van seksuele intimidatie wordt beschuldigd en dat arbeidsrelatie nu helemaal is verstoord. Drie gewezen werknemers verklaren dat de directeur verlangde dat zijn secretaresse strakke satijnen kleding zou dragen en dat hij houdt van “ vrouwen die glimmen ”.

Hoe berechtte de rechter?
In de arbeidswetgeving staat seksuele intimidatie omschreven als volgt: “enige vorm van verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag met een seksuele connotatie dat als doel of gevolg heeft dat de waardigheid van de persoon wordt aangetast, in het bijzonder wanneer een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederede of kwetsende situatie wordt gecreëerd “. En dat de werkgever de werknemer die dit gedrag afwijst of lijdzaam ondergaat niet mag benadelen. Daarin staat ook dat degene die meent daarvan slachtoffer te zijn kan volstaan met het in rechte aanvoeren van feiten die dat onderscheid doen vermoeden. Het is dan aan de werkgever om te bewijzen dat niet in strijd met die wetgeving is gehandeld.

Volgens de kantonrechter had de werkneemster aan haar stelplicht voldaan en had de werkgever daartegenover onvoldoende aangevoerd om aannemelijk te maken dat ze niet seksueel was geïntimideerd. Het verweer dat het dragen van satijn niet verplicht was en alleen op prijs werd gesteld omdat het elegant werd gevonden, werd onvoldoende bevonden.

De verstoring van de arbeidsverhouding was aan de werkgever te wijten. De vergoeding werd billijkheidshalve vastgesteld op € 20.000,–.