Geen berisping voor burgemeester

Burgemeester Heijmans van Weert heeft de wet niet overtreden met zijn hulp aan het Syrische gezin, dat staat in een brief die vandaag door Minister Plasterk naar de Tweede Kamer is gestuurd. De minister zal dan ook geen verdere stappen ondernemen tegen de burgervader van Weert.

Tientallen vrijwilligers boden een moeder en vier kinderen onderdak omdat ze moesten worden uitgezet. De broer van de vrouw, die deel uitmaakte van het gezin, mocht in Weert blijven. Echter moesten de moeder en kinderen terug naar Duitsland. Dit was volgens de vrijwilligers een onmenselijke situaties en brachten de moeder en de kinderen onder op een geheime locatie. Dit gebeurde met medeweten van de burgemeester.

Naar aanleiding van diverse berichten in de media en vragen in de Tweede Kamer was er door de minister een onderzoek ingesteld naar het handelen van Heijmans. De commissaris van de Koning van Limburg werd verzocht om een ambtsbericht aan de minister uit te brengen over de feitelijke gang van zaken. De commissaris van de Koning heeft nog dezelfde dag met de burgemeester gesproken en zijn eerste bevindingen aan de minister teruggekoppeld. Die avond heeft de burgemeester zijn standpunt ook in de media toegelicht.

Om zorgvuldig, en op basis van hoor en wederhoor, te kunnen oordelen over het handelen van de burgemeester, had Plasterk de commissaris van de Koning verzocht nader onderzoek te doen naar de gang van zaken en daarbij het ministerie van Veiligheid en Justitie te vragen naar een feitenrelaas. Op basis van die conclusie heeft de minister een persoonlijk gesprek gevoerd met de burgemeester. De staatssecretaris en de commissaris van de Koning waren bij dat gesprek aanwezig.

De relatie tussen de bevoegdheden van de burgemeester inzake de handhaving van de openbare orde en de verantwoordelijkheden van de staatssecretaris inzake de uitzetting van een vreemdeling staat helder beschreven in de wetgeving. De conclusie van het advies is dat bij een uitzetting van een vreemdeling de politie exclusief onder het gezag staat van de staatssecretaris. Een burgemeester kan niet met een beroep op diens hulpverleningstaak of vrees voor verstoring van de openbare orde de naleving van de Vreemdelingenwet frustreren en de uitzetting tegengaan of verbieden.

Hoewel in het onderhavige geval de burgemeester bij zijn handelen de wet niet heeft overtreden, is er evenmin sprake van een wettelijke bevoegdheid die aanleiding vormde voor de wijze waarop de burgemeester, na afwijzing van het verzoek aan de staatssecretaris om zijn discretionaire bevoegdheid in te zetten, heeft geopereerd. De burgemeester heeft in het gesprek aangegeven dat hij zich volledig bewust is dat de verantwoordelijkheid voor het vreemdelingenbeleid bij de staatssecretaris berust. Zijn zorg was gericht op de situatie in Weert en in het bijzonder de situatie van het Syrische gezin. Hij heeft binnen zijn verantwoordelijkheid als burgemeester de situatie rond het gezin bij de staatssecretaris onder de aandacht gebracht. De burgemeester heeft in het gesprek uitdrukkelijk verklaard dat hij zich vanzelfsprekend aan de wet houdt.

De burgemeester zal binnenkort een gesprek hebben met het Centraal Orgaan voor de Opvang van Asielzoekers (COA) en de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V), ter bevestiging van de samenwerking die in het algemeen goed verloopt. De gezamenlijke conclusies in het gesprek betekenen dat er thans geen reden is voor interventie, aldus de minister.

Het lot van het Syrische gezin ligt in handen van de rechtbank. Deze zal binnenkort uitspraak moeten doen over het verdere verloop van de kwestie.

Lees de brief van de minister (PDF):
http://iwdg.nl/1ZUnjJ3