Foto door: Irene van Wel Fotografie

Om de toeristisch-recreatieve potentie van het grensoverschrijdende natuurpark Kempen~Broek tot volle bloei te brengen, werken twee landen, drie provincies en vier gemeenten nauw samen aan een integrale gebiedsontwikkeling.

Het gebied heeft de potentie om uit te groeien tot het ‘Toscane van het Noorden’. Want de armoede van het verleden is de rijkdom van de toekomst. Op 3 november jongstleden organiseerde het projectteam een netwerkbijeenkomst. Een logische stap om de voorgenomen samenwerking te concretiseren.

De samenwerking tussen de gemeenten Cranendonck, Weert, Bocholt en Hamont-Achel en de provincies Noord-Brabant, Nederlands- en Belgisch-Limburg is het resultaat van de gebiedsvisie ‘Kansen over Grenzen’ van de gemeente Cranendonck. Op basis daarvan tekenden in 2015 overheden en ondernemers de intentieverklaring Gebiedsontwikkeling Cranendonck, Weert en Kempen~Broek. Overheden, natuurverenigingen en ondernemers willen hiermee het grensgebied tussen Brabant, Limburg en Belgisch-Limburg economische, toeristisch-recreatieve, ecologische en sociaal-maatschappelijke impulsen geven.

Concrete projecten
De samenwerking begint vruchten af te werpen. Er vindt een nadere oriëntatie plaats naar een fietsbrugverbinding over de Zuid-Willemsvaart bij de Kempenweg. Die dient om de natuurgebieden ten noorden en zuiden van het kanaal met elkaar te verbinden voor recreanten en voor inwoners. Daarnaast wordt voor minimaal ca. 2,75 miljoen euro geïnvesteerd in natuurontwikkeling in en rond het nieuwe Duurzaam Industrieterrein Cranendonck. “Belangrijk is dat ook externe marktpartijen meekijken hoe het gebied verder tot ontwikkeling kan worden gebracht”, aldus burgemeester Marga Vermue van Cranendonck. “Hoe zien zij de identiteit van het gebied? Welke kansen en knelpunten liggen er voor het ‘Toscane van het Noorden’?”

Graafschap de Kempen
Tijdens de netwerkmeeting van ondernemers en overheden op 3 november jl. onder leiding van Peter van Rooy in Bree gaven o.a. Cees Slager, directeur van Molecaten Vakantieparken, Marc van den Tweel, directeur van Natuurmonumenten en Johan Van Den Bosch, projectleider Nationaal Park Hoge Kempen antwoord op die vragen. Geen van hen ziet toekomst in massatoerisme. Volgens Slager ligt de kracht vooral in de traditionele verlatenheid van de streek, de kloosters die het gebied opzochten en de woeste gronden in de loop der eeuwen in cultuur hebben gebracht. In het kielzog daarvan ontstonden vele brouwerijen. Deze beelden en verhalen zijn van belang om een gebied te positioneren, te ‘branden’ en nieuwe economische initiatieven meer kans van slagen te geven.

Slager ziet toekomst in het verhaal van het Rijke Roomsche leven. Hij ziet in deze tijd een enorme behoefte aan zingeving en verantwoord leven en aan zorg voor en verbondenheid met andere mensen, dieren en natuur. ‘Land van abdijen, land van leegte’ kan volgens hem een wervend motto worden voor nieuwe recreatieve concepten en arrangementen, aanhakend op kwaliteitstoerisme. Hij denkt o.a. aan een Camino van het Noorden, een toeristische pelgrimsroute voor fietsers en wandelaars. Zulke concepten kunnen volgens hem verbonden worden aan exclusieve plekken voor een nieuwe groep van particulieren en innoverende bedrijven die meer zin en betekenis willen geven aan hun leven, producten en positie in de wereld. Daarbij is ook behoefte aan hoogwaardige, streekgebonden, biologische en ecologische voeding en drank en aan ruimte voor sport, wellness en natuurbeleving.

Dit duurzame en verantwoord totaalconcept zou kunnen landen in een landgoed van 3000 tot 5000 ha – een geografisch graafschap De Kempen – waar in de verlatenheid van het Kempisch Plateau nog natuur, stilte en rust te vinden zijn: waarden die elders al verdwenen zijn.

Armoede wordt rijkdom
Ook Van den Tweel ziet toeristisch-recreatieve kansen liggen in de onvoorstelbaar rijke natuur van Kempen~Broek. Hij onderstreept dat de armoede van het verleden de rijkdom van de toekomst kan zijn. Het gebied omvat 25.000 ha topnatuur en biedt ruimte voor natuur- en landschapsontwikkeling, recreatie en landbouw. Natuur draagt volgens van de Tweel bij aan de kwaliteit van het leven, een goed vestigingsklimaat voor bedrijven en werkgelegenheid. De ruilverkaveling is aan het gebied voorbij gegaan, waardoor de bezoeker in het gebied als het ware een tijdreis kan maken van de bronstijd tot het midden van de 20e eeuw. Hij ziet ook kansen voor landbouw die zich meer richt op regionale kwaliteitsproducten en ingepast is in het landschap. Hij pleit voor een authentieke beleving van de natuur waarin de landbouw samenwerkt met de natuur. “We staan op het punt om in dit gebied terug te keren naar traditionele 19e-eeuwse waarden, maar wel met een mooi gedekte tafel, die we verkrijgen met moderne, duurzame producten en middelen.”

Individueel belang ondergeschikt
Johan Van Den Bosch wijst op de mentale en fysieke opgave om slimmer en zorgvuldiger om te gaan met ruimte. Ruimte is een schaars goed en dat vereist een eenduidige regie om tot een passende invulling te komen. En dat betekent dat individuele belangen ondergeschikt zijn aan het gezamenlijke doel om onze leefomgeving leefbaar te houden; voor onszelf en voor generaties na ons.

Lef en slagkracht
Zowel Slager als Van den Tweel en Van den Bosch zijn ervan overtuigd dat bestuurlijke slagkracht en lef nodig zijn om veranderingen te realiseren. Om toeristisch-recreatieve investeerders te trekken moeten overheden keuzes maken tussen het in stand houden van (grootschalige) landbouw of toeristisch-recreatieve ontwikkelingen. “De rijke natuurwaarden moeten goed gecommuniceerd worden met de bevolking; men moet de meerwaarde van het gebied gaan zien. Men mag trots zijn op dit rijke natuurgebied. Daarnaast moet ook het economisch profijt van natuurontwikkeling duidelijk zijn.”

De netwerkbijeenkomst was het startpunt in het concretiseren van de intentieverklaring. Vanaf nu gaan de aanwezigen en geïnteresseerden aan het werk om gezamenlijk activiteiten te ontwikkelen en concrete acties vorm te geven en te realiseren.

  • Rooyer-Pierke

    Uit het bovenstaand stuk:
    “De samenwerking tussen de gemeente Cranendonck, Weert, Bocholt en Hamont-Achel………..”.
    Het mooiste en origineelste stuk natuurgebied (moerasgebied) van het Kempenbroek (het Stamproyerbroek), ligt in de gemeente Bree en Kinrooi. Doen deze gemeente niet mee in dit project “grensoverschrijdend natuurpark het Kempenbroek”??

  • Vincent van den Berg

    En toen waren er plots wéér ander speerpunten. Kloosters, leegte, fietsers en wandelaars. Terwijl nota bene het wandelknooppuntensysteem in Weert volstrekt niet uitgebouwd is. Kijk maar op de kaart. Dat is wat je noemt grote leegte. Zelfs de naam is niet correct. Die is niet grensoverschrijdend natuurpark Kempenbroek maar GrensPark Kempen~Broek. En inderdaad: doen Bree, Kinrooi maar ook Leudal en Maaseik plots niet meer mee?