Defensie past het protocol voor oefenen bij een verhoogd risico op natuurbranden aan. In het voorjaar ontstonden natuurbranden op defensieterreinen, zoals in Weert bij het oefenterrein aan de Geuzendijk. Deze hadden grote impact op de gebieden en hun omgeving. Naar aanleiding van deze branden heeft Defensie een evaluatie uitgevoerd en met onmiddellijke ingang verbeteringen doorgevoerd.
Oefenen kent risico, maar Defensie wil de kans op natuurbranden zo klein mogelijk maken. Het bestaande protocol moet daarvoor op enkele punten aangescherpt worden. Zo blijkt uit de evaluatie van onder andere overgedragen onderzoeksdossiers en proces-verbalen van het Openbaar Ministerie. Defensie past het protocol daarom aan.
Concrete aanpassingen
Zo wordt een duidelijker onderscheid gemaakt tussen het gebruik van pyrotechnische middelen en oefenmunitie. Bij het toepassen van uitzonderingen tijdens fase 2 (bijv. bij gebruik van spring- en ontstekingsmiddelen of oefenmunitie) is duidelijker beschreven wat ‘directe nabijheid’ van brandbestrijdingsmiddelen betekent (binnen een straal van 25 meter). De terreinopzichter krijgt het mandaat om bij hoog brandgevaarlijke risico’s de geplande of reeds aangevangen oefening te staken. Ook is duidelijker opgenomen in de protocollen dat een vervanger van een functionaris zich op de hoogte moet stellen van de geldende richtlijnen.
Extra maatregelen en toezicht
Naast deze aanpassingen zal tijdens opleidingen meer aandacht worden besteed aan het voorkomen van natuurbrand. Specifiek voor Artillerie Schietkamp ’t Harde is het protocol voor het gebruik van de springput aangepast. In natuurbrandrisico fase 2 zal voortaan altijd een peloton Natuurbrandbestrijding van de Defensie Brandweer op korte afstand stand-by staan.
Behoud oefenmogelijkheid
Met het doorvoeren van deze verbetermaatregelen wordt het risico op natuurbranden verder beperkt met behoud van de mogelijkheid te oefenen ten tijde van natuurbrandrisico fase 2. Zo kan er gewerkt worden aan de operationele gereedheid waarbij er zorgvuldig omgegaan wordt met de veiligheid en het welzijn van mens en dier, en het behoud van bijzondere natuurgebieden.
