Foto via Gert van Elk

Het Stramproyerbroek, Broekmolen, ABeek en de spanning van de grens. Dat zijn de hoofdbestanddelen van een nieuwe grensgevallentocht in Stramproy op zondagochtend, 26 mei. De 5 kilometer lange tocht vertrekt en eindigt bij de Broekmolen aan de Grensweg in Stramproy.

Tijdens deze nieuwe erfgoedtocht vestigt de werkgroep landschap van de Dorpsraad opnieuw de aandacht op de staat en het verhaal van het grenslandschap. Naast de enorme rijkdom die de mens in samenspel met de natuur hier tot stand bracht wordt er stilgestaan bij het groen, de geschiedenis, de vele grensverbindingen, de glans en verbondenheid van de mens met dit grensgebied. De tocht voert deels over weinig gebruikte smokkelpaadjes Tijdens de wandeling vinden vijf grenspassages plaats: Stramproy kent meer dan 25 grensoversteken! Aan dit ‘Broekgebied op de grens tussen water en land zijn enorm veel verhalen verbonden. Verhalen over conflicten maar ook van eendrachtige samenwerking.

De beek en de moerassige broekgebieden waren eeuwenlang van kapitale betekenis voor Heyeroth en de andere buurtschappen van het kransakkerdorp Stramproy en Winkel (nu Molenbeersel). Niet alleen vanwege het stromend water, de brandstof, de nijverheid, de sprokkel en smokkel, maar ook in tijden van nood wanneer vreemde troepen de dienst hier uitmaakten.

De wandeling start bij de Broekmolen, een van de 28 watermolens op de 60 km lange Abeek. Via compleet vergeten verbindingsbanen als de Zigeuner- en ‘Schramweg’ en de drassige ‘Zumpel’ wordt de waarde en betekenis van de dit soort ‘landschapskamers’ vrij snel mtelijke verscheidenheid, biodiversiteit en belevingswaarden. Het relief, het verschil tussen hoog en laag, nat en droog. Open en gesloten gebiedjes op kleine afstand van elkaar, heeft ook zijn weerslag op de natuur. Het is mei. Alles wat fluit is terug en ongetwijfeld laten de koekoek en wielewaal zich hier horen. Naast de smokkel, het weinig elegant ‘gekaats’ met ongewenste vreemdelingen langs de grens, wordt ook stilgestaan bij de fatale afloop van een schietpartij aan de beek. Gaandeweg ontdekken we waarom militairen dit soort gebieden eeuwenlang meden. ‘Deze ‘afschuwelijke vlakte, overdekt met heide, moerassen en vijvers.’ Bruggen waren er tot aan het einde van de 19de eeuw nauwelijks.

In 1961 had de gemeente Stramproy het plan om 244 ha van het 500 ha grote moerasgebied te ontginnen. Die plannen zijn gelukkig nooit doorgegaan. Sterker nog in de jaren 80 kreeg het gebied Europese erkenning. Met recht, want de natuur- en cultuurhistorische waarden van dit oude moeras en veenwinningsgebied zijn groot. Een van de laatste otters in Nederland kwam tot in het begin van de jaren zeventig nog voor in het Stramproyerbroek. Na de kanalisatie van de beek is dit dier niet meer teruggezien. Dat geldt ook voor de plantenrijkdom in de beek en de inheemse zoetwaterkreeft. Libellen aan de andere kant doen het hier in het broek ongekend goed. Dat geldt evenzeer voor de beverfamilies die hier sinds 2003 voor nageslacht zorgen.

Vanaf de dijken krijgen de deelnemers een goede indruk van het ooit immens grote doorstroommoeras. Een gebied waar in het verleden alleen goed ingevoerde turfstekers, jagers en smokkelaars zich waagden. Voor de vrijheid van anderen werd hier veelvuldig de grens overschreden. Niet alleen in de eerste wereldoorlog toen de Duitsers met 2000 volt de mensen en brievensmokkel, spionage en de doortocht van etenswaren proberden te voorkomen. Maar ook in Wereldoorlog toen hier in deze afgelegen uithoek in 1941 een belangrijk knooppunt voor het verzet. Met de inzet van diverse leden van familie ‘De Grave’ werd een groot aantal neergehaaldete ‘piloten’, ontsnapte krijgsgevangenen en Joodse vluchtelingen via de Broeken vanuit Weert naar Bree geloodst. Bij de in 2014 teruggelegde ‘Grave-Brug’ staan we stil bij die vlucht naar de vrijheid en de vrede en de ongelooflijke moed die de mensen van deze ‘pilotenlijn’ aan de dag gelegd hebben.
Na een eeuwenoud dwaalkruis waar in het verleden veel geofferd is als dank of hoopvolle investering komen we bij de Grave. De lang vergeten Ruyterbaan is een verhaal apart. Het is een eeuwenoude doorgangspassage waarover rondtrekkende handelaren, smokkelaars en schaapskuddes, maar ook legervolk zich eeuwenlang verplaatste. We komen ook langs de vermoedelijk nering van een viskoopman en bezoeken het diepste punt van vlakte van Bocholt.

De drooglegging van de broeken met de aangelegde Lossing is een andere weggezakte geschiedenis. Dit ongekend verhaal wordt duidelijk op het diepst gelegen punt van de ‘Vlakte van Bocholt’. In 1865 begon de jonge staat België met een particuliere bank met de grootschalige ontginning van de woeste gronden voor de landbouw en de het droogleggen van immense moerassen. In enkele jaren tijd werd de Belgische grensstreek door het gebrek aan medewerking door de Nederlanders overheid geteisterd door immense waterproblemen. Water was ook een belangrijke bron voor klein en groot vertier: in de jaren zestig ontstonden her en der langs de beek kleine recratievijvers. Bij de Luysen werd het groter aangepakt. Daar ontstond (illegaal) een groot recreatiegebied, met zwem- en roeivijvers, horeca en een speeltuin. Via de voormalige, geregeld gevette hooilanden brengen we nog een bezoek aan de restanten van het ‘Kraneven’ waarna de Broekmolen bezichtigd kan worden.

De wandeltocht begint om 9.30 uur, voert deels door moeras. Waterdicht schoeisel en lange mouwen en broek (muggen) wordt aangeraden. Vertrek Broekmolen Stramproy Grensweg 8.

2 REACTIES

  1. Het Stramproyse gedeelte van het 500 ha groot moerasgebied “het Stramproyerbroek” is al officieel sinds 1830 toen België zich onafhankelijk verklaarde van Nederland, of eigenlijk sinds 1843 toen de officiële grens tussen België en Nederland werd vastgelegd, al geen grondgebied van de voormalige gemeente Stramproy, maar van de Belgische gemeente Molenbeersel (later gemeente Kinrooi), Beek (later gemeente Bree) en een heel klein stukje van Bocholt. De Stramproyenaren hebben zich daar echter nooit bij neer kunnen leggen, maar alles stond vast in het verdrag van Londen.
    Al sinds 1843 ligt er zo goed als geen stukje “Stramproyerbroek” meer in de voormalige gemeente Stramproy. Alle grondgebieden aan de Nederlands Stramproyse kant van de grens is al sinds Stramproyer mensenheugenis ontgonnen voor landbouwgebied.
    Hoe kon de voormalige gemeente Stramproy dan in 1961!!, 244 ha willen ontginnen, wat helemaal niet in de voormalige gemeente Stramproy lag. Het kleine stukje overgebleven Stramproyer gedeelte was in 1961 al helemaal voor landbouw ontgonnen.
    Denk toch dat ik maar eens een wandelingetje mee ga doen, want ergens klopt er hier aan dit verhaal niet.
    Of is het jaartal soms een typefout?

Comments are closed.