Het voormalige fabrieksgebouw aan de Houtstraat 9 in Weert krijgt geen monumentenstatus. Ook koopt de gemeente het pand niet aan. Dat schrijft het college van burgemeester en wethouders aan de gemeenteraad.
Geen monument, geen gemeentelijke aankoop
Meerdere raadsfracties hadden het college gezamenlijk opgeroepen om iets te doen voor het pand. Het is een markant industrieel gebouw naast het spoor en de Ringbaan-West. Veel mensen in Weert kennen dit pand ook als het ‘Bosch-pand’ Het college onderzocht drie mogelijkheden: aanwijzing als gemeentelijk monument, strategische aankoop door de gemeente, en invloed uitoefenen via een lokale ondernemer.
De eerste twee opties vallen af. Het pand heeft geen monumentenstatus en komt daar ook niet voor in aanmerking. Hoewel het gebouw dateert uit 1949 en onderdeel was van de Halberg machinefabriek, later Hamac-Hansella en daarna Robert Bosch BV, is het in de loop der jaren zo vaak verbouwd dat originele details verloren zijn gegaan. Het college schrijft dat de bouwkundige en cultuurhistorische onderbouwing voor aanwijzing als monument “ontoereikend” is.
Aankoop te duur en te risicovol
Ook strategische aankoop door de gemeente is van de baan. Een wethouder heeft het pand bezocht. De vraagprijs alleen al is aanzienlijk, en om het pand aan gemeentelijke eisen te laten voldoen is bovenop de aankoopprijs nog een investering van “enkele miljoenen” nodig, aldus de brief.
Daar komt bij dat de toekomstige ontwikkeling van de Spoorzone een horizon heeft van mogelijk 25 jaar en nog niet is vastgesteld. De Gebiedsvisie Spoorzone, het document dat richting moet geven aan wat er in dat gebied gebeurt, moet nog worden opgesteld. Het college schrijft dat er op basis van het huidige beleid geen onderbouwing is voor de aankoop.
Hoop op lokale ondernemer
De derde weg is de enige die nog openstaat. Een lokale ondernemer heeft interesse getoond om het pand te kopen en te verbouwen voor kleinere bedrijven, met ruimte voor maatschappelijke en culturele huurders. Het college heeft een verkennend gesprek gevoerd.
De businesscase is vooralsnog niet sluitend: maatschappelijke huurtarieven leveren te weinig op, en voor commerciële verhuur is het pand volgens het college “nauwelijks geschikt” vanwege de technische staat en de beperkte hoogte en indeling.
Toch houdt het college de deur open. Het adviseert de ondernemer om bij een bod uitdrukkelijk te benadrukken dat het pand behouden blijft voor Weert en ingezet wordt voor maatschappelijke en culturele activiteiten. Het college schrijft dat als biedingen dicht bij elkaar liggen, “het aspect gunnen wellicht ook een rol speelt bij de verkoop”.
Ateliers, freerunning of skatehal
De gemeente heeft alvast een eerste, globale verkenning gedaan naar mogelijke invullingen. Genoemd worden onder meer atelierruimte voor kunstenaars, een freerunningruimte, een skatehal en ruimte voor makers die al in Cwartier zitten. Het college benadrukt dat dit nog geen concrete toezeggingen zijn: “In deze fase kan nog geen concrete huisvestingsgarantie worden afgegeven.”
Als de lokale ondernemer het pand daadwerkelijk koopt, wil het college actief meezoeken naar geschikte huurders en bekijken of die via subsidies ondersteund kunnen worden. Financiële steun aan de ondernemer zelf is beperkt mogelijk vanwege juridische en financiële regels, maar ook daarin wil het college naar mogelijkheden zoeken.
Gesprek gaat door
Het college sluit de brief af met de mededeling dat het in gesprek blijft met de potentiële koper. Verdere stappen zijn afhankelijk van of de ondernemer het pand daadwerkelijk kan kopen.
