Onlangs heeft de Tweede Kamercommissie voor Infrastructuur en Milieu met de verantwoordelijk Staatssecretaris overleg gevoerd over de treinverbinding tussen Weert en het Belgische Hamont / Antwerpen. Uit het overleg is naar voren gekomen dat men in Den Haag enige argwaan heeft en dat het een politiek schaakspel betreft.

Kamerlid Martels (CDA) vroeg aan staatssecretaris Dijksma om het Rijk wel of niet wil meebetalen aan de spoorverbinding zodat er tussen Weert en Antwerpen personentreinen kunnen gaan rijden. Volgens Martels is de Belgische overheid bereid om 120 miljoen euro vrij te maken voor o.a. het elektrificeren van het spoor tussen Mol en Hamont. De gemeente Weert en Provincie Limburg hebben reeds toegezegd dat ze 6 miljoen euro willen investeren om het traject tussen Weert en Hamont te elektrificeren.

Als reactie op de vraag van Martels geeft D66-Kamerlid Dijksma een waarschuwing: “De elektrificatie van de lijn in België klinkt heel charmant. Ik zou het ook toejuichen als personenvervoer mogelijk gemaakt kon worden vanuit België richting Weert. Maar volgens mij is de achterliggende agenda van de Belgen om die lijn aan te leggen, uit te breiden en te elektrificeren opdat uiteindelijk toch die IJzeren Rijn voor goederenvervoer vanuit Antwerpen ontstaat”.

Staatssecretaris Dijksma gaf aan dat er in België nog geen exacte duidelijkheid of besluitvorming over de investeringen van 120 miljoen euro. Het Nederlandse deel is een regionale aangelegenheid. Als de provincie Limburg van mening is dat ze dit belangrijk vindt, moet ze er zelf prioriteit aan geven.

Dijksma beaamt dat het mogelijk maken van personenvervoer mogelijk een onderdeel is van het her-activeren van de IJzeren Rijn. Ten aanzien van dit traject wacht het Rijk op een haalbaarheidsstudie van Vlaanderen.

“Voordat je op zo’n dossier gaat schaken, moet je altijd wel heel goed weten waar het einde van het bord is. Mogelijk zit dat in Antwerpen, zal ik alvast maar zeggen”, aldus Dijksma.