Na de rechtsvraag van Henk van Wel van Hoeberechts Advocaten weten we inmiddels hoe enkelen van U zouden berechten.

Hier volgt het vonnis van de rechter:
De rechter in hoger beroep (http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2017:2965) veroordeelde de werkgever inderdaad om aan Joep nog 9 maanden extra loon te betalen, van dezelfde omvang als het gemiddelde loon over de eerste 3 maanden.

Joep had zich immers niet neergelegd bij de beslissing van de werkgever om hem niet meer op te roepen en meermalen erop aangedrongen om in de gelegenheid te worden gesteld om (in ieder geval) nog een maand te mogen werken. Die bereidheid om te werken heeft Joep later nog eens herhaald.

Joep heeft dus steeds aangegeven zijnerzijds bereid te zijn zijn verplichtingen na te komen, maar de werkgever heeft hem daartoe niet in staat gesteld. Zonder duidelijk aan te geven waarom dan niet, wat Joep had mogen verwachten.

In artikel 7: 628 BW staat, dat een werknemer recht op loon behoudt, indien hij de overeengekomen arbeid niet heeft verricht door een oorzaak die in redelijkheid voor rekening van de werkgever hoort te komen. Dat is hier het geval. Dat recht op loon wordt hier dus vermoed 135,58 uren per maand te zijn op basis van artikel 7:610 b BW.

De werkgever werd dus veroordeeld om aan Joep nog over 9 maanden loon te betalen, ook al had Joep in die maanden niet gewerkt.